Opleidingsverplichting CAO Schoonmaak 2026-2028: complete handleiding voor werkgevers

De cao Schoonmaak 2026-2028 vraagt elke werkgever om opleiden aantoonbaar in te richten. Zo voldoe je aan artikel 42, claim je RAS-subsidie en kom je door de OSB-audit.
Deze gids is herschreven op basis van de definitieve cao-tekst. Schoonmakend Nederland en CNV tekenden de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2026-2028 op 1 september 2026, zonder FNV. De cao geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2028; de opleidingsartikelen lopen door tot 30 juni 2029. Bij het ministerie van SZW is een algemeenverbindendverklaring aangevraagd, dus zolang die niet is gepubliceerd geldt de cao voor werkgevers die lid zijn van Schoonmakend Nederland (Schoonmakend Nederland, 1 september 2026).
Sinds 1 september 2026 geldt de cao Schoonmaak 2026-2028, en die houdt de opleidingsverplichting onverkort overeind: de basis(vak)opleiding binnen twaalf maanden na indiensttreding, met examen bij het RAS-Examenbureau. De verplichting is de laatste twee jaar bovendien aantoonbaar strenger gaan wegen in OSB-keurmerk-audits. Voor HR en directie van schoonmaakbedrijven is dat geen formaliteit. Het is een compliance-eis, een subsidie-kans en, steeds vaker, een onderscheidend punt in aanbestedingen.
In deze gids lees je artikel voor artikel wat de cao 2026-2028 voorschrijft, hoe je in vijf stappen voldoet, hoe je het opleidingsbudget per FTE berekent, wat een OSB-auditor in 2026 toetst, en wat er met de nieuwe cao concreet is veranderd. Inclusief beslisboom, rekenvoorbeeld en een overzicht dat je direct kunt gebruiken.
De cao Schoonmaak 2026-2028 verplicht werkgevers om elke medewerker op te leiden, met de basis(vak)opleiding binnen twaalf maanden na indiensttreding (artikel 42) en een aparte regeling voor het Traject Nederlandse taal (artikel 40). De combinatie van cao, RAS-subsidieregeling en OSB-keurmerk vormt een compliance-driehoek die in 2024-2025 strenger getoetst is dan voorheen (Clean Totaal; Schoonmakend Nederland).
Voldoe je niet, dan riskeer je gele kaarten bij keurmerk-audits, terugvordering van subsidie en uitsluiting van aanbestedingen. Deze gids legt uit hoe je voldoet, hoe je je opleidingsbudget berekent en wat de nieuwe cao concreet verandert.
Wat is de opleidingsverplichting in de CAO Schoonmaak 2026-2028?
De cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2026-2028 verplicht werkgevers om elke medewerker te laten deelnemen aan vakopleidingen die leiden tot erkende certificering. De cao loopt van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2028, maar de opleidingsartikelen hebben een eigen, langere looptijd: volgens artikel 64 eindigen onder meer artikel 40 en de artikelen 42 tot en met 48 pas op 30 juni 2029 (cao-tekst 2026-2028). Voor meerjarige opleidingsplannen is dat precies de zekerheid die je nodig hebt.
De verplichting raakt iedereen die onder de werkingssfeer van de CAO valt: ongeveer 117.000 medewerkers in loondienst in de Nederlandse schoonmaak- en glazenwasserssector (RAS Sectoranalyse). Voor parttimers geldt de verplichting naar rato van het dienstverband. Voor uitzendkrachten loopt de formele verplichting via de uitzend-CAO, maar OSB-auditors verwachten in de praktijk aantoonbaar geschoolde inzet, ongeacht het contracttype.
De kern van de verplichting bestaat uit drie elementen: de basis(vak)opleiding binnen twaalf maanden na indiensttreding, doorbetaalde cursus- en examenuren tegen het basisuurloon, en een aantoonbaar dossier dat een auditor van OSB of een opdrachtgever bij een aanbesteding kan inzien. Erkenning loopt primair via de RAS, de Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak. Let op: de cao noemt geen vast aantal opleidingsdagen, wel betaalde leertijd.
In klantgesprekken bij Puritas zien we dat schoonmaakbedrijven met meer dan 50 FTE doorgaans wel een opleidingsbeleid op papier hebben staan, maar dat dossiervoering en subsidie-aanvragen achterlopen. Dat is precies waar OSB-auditors sinds 2024 strenger op zijn gaan kijken.
Voor wie het volledige opleidingsaanbod wil zien dat aan de CAO-verplichting voldoet: bekijk het RAS-erkende opleidingsaanbod.
De cao Schoonmaak 2026-2028 verplicht elke werkgever in de sector om elke medewerker binnen twaalf maanden de basis(vak)opleiding aan te bieden, cursus- en examenuren door te betalen en de opleiding zo mogelijk onder werktijd te laten plaatsvinden, met aantoonbaar dossier en erkende certificering via de RAS.
Wanneer voldoe je aan de opleidingsverplichting? Een beslisboom
Je voldoet aan de opleidingsverplichting als drie voorwaarden tegelijk vervuld zijn. Iedere medewerker krijgt binnen twaalf maanden de basis(vak)opleiding aangeboden. Cursus- en examenuren worden doorbetaald tegen het basisuurloon. En per medewerker is aantoonbaar vastgelegd wie wanneer welke vakopleiding heeft afgerond. Mist een van de drie, dan is er een compliance-gat (cao Schoonmaak 2026-2028, artikel 42).
Het ontwerp van de beslisboom is bewust strikt. Een nee op een van de drie voorwaarden is geen "bijna voldoende": het is een compliance-gat dat in een OSB-audit of bij een aanbesteding kan opduiken. De goede nieuws-kant: alle drie voorwaarden zijn met gestructureerd beleid binnen een kwartaal te repareren.
De meeste compliance-content in de NL-markt blijft beschrijvend hangen ("u dient te zorgen voor..."). Een ja/nee-beslisboom dwingt een werkgever om per medewerker te toetsen, en maakt het gesprek met HR en directie meetbaar. Dat is precies de stap die de meeste schoonmaakbedrijven nog niet zetten.
Welke artikelen van de CAO regelen opleiden concreet?
In de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2026-2028 staan de opleidingsbepalingen bij elkaar in het hoofdstuk Opleiding en ontwikkeling: de artikelen 40 tot en met 43, met de financiële uitwerking in bijlage XI en XII (cao-tekst 2026-2028). Vijf bepalingen zijn voor een werkgever direct relevant.
- Artikel 40, Traject Nederlandse taal. Een werknemer kan een taaltraject volgen om beter Nederlands te leren, met een verplichte begin- en eindtoets. Neemt iemand deel, dan kan de werkgever daarvoor een RAS-vergoeding krijgen; hoogte en voorwaarden staan op ras.nl. Zie ook onze uitleg over taaltrajecten via de RAS.
- Artikel 41, voorlichting en instructie. Binnen drie maanden na indiensttreding krijgt de medewerker voorlichting en instructie over het werk, en over veilig en gezond werken. Dit staat los van de vakopleiding en wordt in audits vaak vergeten.
- Artikel 42, basis(vak)opleiding. De harde, individuele verplichting: binnen twaalf maanden na indiensttreding biedt de werkgever de basis(vak)opleiding aan, de medewerker is verplicht die te volgen en (her)examen te doen bij het RAS-Examenbureau, en wie het diploma al heeft hoeft niet opnieuw. Cursus- en examenuren worden doorbetaald tegen het basisuurloon en de opleiding wordt indien mogelijk onder werktijd gevolgd. Biedt een werkgever de opleiding niet aan, dan kan de medewerker dat melden bij de RAS of bij cao-partijen. Opleidingskosten van RAS-gesubsidieerde opleidingen mag je niet terugvorderen bij de medewerker.
- Artikel 42A, leidinggevenden. Wie een leidinggevende rol krijgt, krijgt binnen twaalf maanden een opleiding voor leidinggevenden aangeboden en is verplicht die te volgen. De werkgever zorgt voor voldoende tijd en ondersteuning; de eindtermen worden binnen de RAS vastgesteld.
- Artikel 43 en de bijlagen. Als werkgever kun je een bijdrage krijgen in de opleidingskosten. De voorwaarden staan in bijlage XI (reglement Bijdragen in de Opleidingskosten), de bedragen per opleiding in bijlage XII, die jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld. Daarmee is de RAS de spil tussen werkgever, opleider en erkenning.
Werk je in de specialistische reiniging, dan geldt het B-deel van de cao: daar regelen de artikelen 4, 5 en 6 hetzelfde voor glasbewassing, gevelonderhoud, reiniging na calamiteiten en reiniging in de voedselverwerkende industrie, met een eigen basis(vak)opleiding per segment.
Deze nummering is voorlopig stabiel: volgens artikel 64 lopen artikel 40 en de artikelen 42 tot en met 48 door tot 30 juni 2029, een jaar langer dan de cao zelf. Wat wél jaarlijks verandert, zijn de bedragen in bijlage XII. Controleer die dus per kalenderjaar, niet per cao-periode.
Hoe bereken je het opleidingsbudget per FTE? Een worked example
Een MKB-schoonmaakbedrijf met 50 FTE moet modelmatig rekenen op een opleidingsbudget tussen de 300 en 700 euro per medewerker per jaar, afhankelijk van functiemix, instroom en de hoogte van de RAS-subsidie (modelmatige schatting op basis van de cao Schoonmaak 2026-2028 en publiek beschikbare RAS-subsidievoorwaarden). Met 17% verloop (werkaanname; het hoge verloop in de sector is beschreven in de RAS Sectoranalyse) loopt het instroom-aandeel hoog op.
De formule die wij in klantgesprekken gebruiken bestaat uit drie regels:
- Basisopleiding (eenmalig per medewerker). Gemiddelde inkoop EUR 350-500 per medewerker, afhankelijk van modaliteit. Online vakopleidingen zitten doorgaans onder dit niveau; klassikaal hoger.
- Jaarlijkse opleidingsdagen. Reken op 1-2 opleidingsdagen per FTE per jaar, met EUR 50-150 directe kosten (online + praktijkdag) of EUR 200-400 klassikaal.
- Specialistische modules naar behoefte. Gemiddeld 10-30% van het personeel volgt extra modules (zorgreiniging, hoogwerken, microvezel-vaardigheid), met EUR 100-250 per module.
Vervolgens trek je de RAS-subsidie ervan af voor erkende opleidingen. Het netto-budget per FTE komt dan uit in de bandbreedte EUR 300-700, met de bovenkant bij hoge instroom en veel specialistische functies. Voor een bedrijf met 50 FTE betekent dat een jaarbudget van EUR 15.000 - 35.000.
Voor wie de variabiliteit wil afvlakken: een abonnementsmodel per medewerker maakt deze kosten voorspelbaar en dekt onbeperkt herhaal-deelname. Dat is aantrekkelijk voor bedrijven met wisselende instroom en seizoensdruk, omdat je niet per cursus hoeft in te boeken.
Opleidingskosten voor medewerkers zijn aftrekbaar als bedrijfslasten. Bewaar facturen en deelname-bewijzen gestructureerd voor de boekhouding. Bij vragen: raadpleeg de Belastingdienst of je eigen accountant - de regels voor scholingsaftrek en STAP-achtige regelingen wijzigen periodiek.
Hoe werkt de RAS-subsidie voor de opleidingsverplichting?
RAS (Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak) financiert sectorale vakopleidingen via een verplichte werkgeversafdracht. De afdracht wordt herverdeeld als opleidingssubsidie voor werkgevers die hun medewerkers RAS-erkende opleidingen laten volgen. Aanvragen lopen via de RAS-portal; betaling vindt achteraf plaats na deelnamebevestiging (RAS.nl).
De praktische route bestaat uit vier stappen:
- Kies een RAS-erkende opleiding. Controleer in het RAS-register of de opleiding kwalificeert. Niet-erkende opleidingen komen niet in aanmerking voor subsidie, ook als ze inhoudelijk waardevol zijn.
- Dien de aanvraag in via de RAS-portal. Geef medewerkergegevens, opleidingscode en startdatum op.
- Documenteer deelname. Bewaar deelnamebevestiging of certificaat. Zonder bewijs van afronding wordt subsidie niet uitgekeerd.
- Ontvang uitbetaling. RAS keert achteraf uit. Houd rekening met een doorlooptijd van enkele weken na complete indiening.
Wat we in de praktijk zien: werkgevers laten structureel RAS-subsidie liggen, niet omdat ze er niet voor in aanmerking komen, maar omdat de aanvraag-administratie verspreid raakt tussen objectmanager, HR en boekhouding. Eenmalig een vaste aanvraag-routine instellen verandert dat per direct.
Voor de volledige stap-voor-stap aanvraagroute met screenshots, alle deadlines en veelgemaakte fouten: lees onze RAS-subsidie aanvragen-gids (verschijnt 24 juni 2026 als spoke bij deze pillar).
Wat toetst een OSB-keurmerk-auditor op opleidingen?
OSB-keurmerk-audits beoordelen schoonmaakbedrijven onder andere op de aantoonbaarheid van opleidingen. In 2024-2025 deelden auditors meer gele kaarten uit op opleidings-bevindingen dan in voorgaande jaren - een trend die Clean Totaal in 2024 signaleerde als "opleidingsverplichting onder vergrootglas" (Clean Totaal).
In de praktijk toetst een OSB-auditor vier dingen:
- Opleidingsdossier per medewerker. Steekproefsgewijs wordt gevraagd om dossiers te tonen: contract met opleidingsclausule, basisopleiding-bewijs, certificaten en herhaaltrainingen.
- Geldigheid van certificaten. Verlopen certificaten of ontbrekende hercertificering voor specialistische functies (zoals zorgreiniging) levert direct een bevinding op.
- Aansluiting opleiding op functie. Een zorgmedewerker zonder zorgreinigings-module of een glazenwasser zonder hoogwerk-certificering is een functie-opleidings-mismatch.
- Beleid en uitvoering. Heeft het bedrijf een opleidingsplan en wordt dat daadwerkelijk uitgevoerd, of is het "papierwerk voor de audit"?
Een gele kaart is geen acute crisis, maar zonder herstelactie binnen de afgesproken termijn kan deze leiden tot intrekking van het keurmerk. Voor opdrachtgevers (zorginstellingen, overheid, aanbestedingen) is dat keurmerk vaak een harde eis. Daarmee is een OSB-bevinding op opleidingen niet alleen een compliance-kwestie, maar ook een commercieel risico (Keurmerk Schoon).
De stille verschuiving die wij in de markt zien: de discussie verschuift van "voldoe je formeel aan de CAO?" naar "kun je het bij een steekproef binnen vijf minuten laten zien?". Bedrijven die nu hun dossiervoering professionaliseren, hebben in 2026 een aantoonbare voorsprong in audits en aanbestedingen.
Hoe leg je aantoonbaarheid in: dossier en administratie
Aantoonbaarheid begint met een opleidingsdossier per medewerker. Contractueel vastgelegde opleidingsdagen, datum van basisopleiding, geldige certificaten en bewijs van deelname horen er allemaal in. Wie dat structureel administreert, beperkt OSB-bevindingen en versnelt RAS-subsidie-uitbetaling (Schoonmakend Nederland).
Een audit-bestendig dossier bevat minimaal de volgende elementen:
- Arbeidscontract met opleidingsclausule en verwijzing naar CAO
- Instroomgesprek-verslag (functie, taalmix, leerwensen)
- Opleidingsplan voor de eerste 12 maanden
- Datum en bewijs van afronding basisopleiding
- Certificaten van specialistische modules (met geldigheidsdatum)
- Registratie van opleidingsdagen die de medewerker heeft benut
- Voortgangsgesprekken (jaarlijks minimaal)
De praktische valkuil: bedrijven leggen dit verspreid vast in mappen, mail-archieven en het hoofd van de objectmanager. Bij een audit of aanvraag is het dossier dan binnen vijf minuten niet reproduceerbaar. Een centraal leerplatform met dashboard maakt dat verschil. Bekijk hoe onze hybride leermethode het dossier ondersteunt.
Wat gebeurt er als je niet voldoet?
Niet voldoen aan de opleidingsverplichting heeft drie soorten gevolgen: civielrechtelijk (de medewerker kan de opleiding alsnog claimen), keurmerk-gerelateerd (gele kaart of intrekking OSB-keurmerk) en commercieel (uitsluiting van aanbestedingen met opleidings-eisen). Clean Totaal signaleerde in 2024 een toename van keurmerk-meldingen op opleidings-bevindingen (Clean Totaal).
De drie sporen werken op verschillende termijnen:
- Civielrechtelijk (medewerker). Een medewerker kan in een individuele procedure de opleiding alsnog claimen. Dat gebeurt in de praktijk zelden voor de basisopleiding alleen, maar wel als deel van bredere arbeidsrechtelijke procedures (ontslag, functiewijziging).
- Keurmerk (OSB / Schoonmakend Nederland). Een gele kaart bij een audit-bevinding dwingt herstelactie binnen afgesproken termijn af. Geen herstel betekent intrekking keurmerk - met directe gevolgen voor opdrachten waar het keurmerk harde eis is.
- Commercieel (aanbestedingen). Aanbestedingen in zorg, overheid en steeds vaker MKB-zakelijk vragen aantoonbaar opleidingsbeleid. Geen dossier = geen score op dit gunningscriterium. Schoonmaakbedrijven die wel investeren, scoren meetbaar beter.
De terugkerende observatie in onze klantgesprekken: bedrijven onderschatten het commerciele spoor. De CAO is een regel; de aanbesteding is een omzet-kans of -verlies. Wie zijn opleidingsbeleid op orde heeft, differentieert in pitches en behoudt klanten waar concurrenten op opleiding niet kunnen leveren. Voor de bredere strategische context: lees de complete gids meertalig opleiden - meertaligheid is in OSB-audits en aanbestedingen vaak een plus-criterium.
Wat is er veranderd met de CAO 2026-2028?
De cao 2026-2028 is op 1 september 2026 getekend door Schoonmakend Nederland en CNV, zonder FNV, en geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2026 (cao-tekst 2026-2028). Voor opleiden zijn dit de concrete wijzigingen ten opzichte van de vorige cao.
- Taal heeft een eigen artikel. Het Traject Nederlandse taal staat nu als artikel 40 in de cao-tekst, met begin- en eindtoets en een RAS-vergoeding voor de werkgever. Taal en vakopleiding staan daarmee in hetzelfde hoofdstuk.
- Leidinggevenden vallen expliciet onder de opleidingsplicht. Artikel 42A regelt dat wie een leidinggevende rol krijgt binnen twaalf maanden een opleiding aangeboden krijgt, met tijd en ondersteuning van de werkgever.
- De opleidingsartikelen lopen een jaar langer door. Volgens artikel 64 eindigen artikel 40 en de artikelen 42 tot en met 48 pas op 30 juni 2029, terwijl de cao zelf op 30 juni 2028 afloopt.
- Een centraal diplomaregister komt eraan. Het protocol beschrijft een register voor met name de (basis)vakopleidingen, vergelijkbaar met het VCA-register, dat wordt meegenomen in het nieuwe IT-systeem van het RAS-Examenbureau. De themagroep Opleidingen en Mobiliteit bepaalt wie welke gegevens mag zien.
- Er komt onderzoek naar een voorschot voor het kleine mkb. Omdat het voorschieten van opleidingskosten voor kleinere bedrijven vaak niet lukt, onderzoekt de RAS of een voorschot op de subsidie mogelijk is. Daarnaast blijft er 250.000 euro per jaar beschikbaar voor loopbaanadvies en komen in 2027 de opbrengsten uit de LLO-collectieven vrij.
Twee dingen staan nog open. De algemeenverbindendverklaring is aangevraagd maar nog niet gepubliceerd, dus tot die tijd geldt de cao niet automatisch voor werkgevers die geen lid zijn van Schoonmakend Nederland. En de protocolafspraken over het diplomaregister, het voorschot en de LLO-middelen worden pas in de themagroepen van de RAS uitgewerkt. Wie nu gestructureerd opleidt en documenteert, stapt zonder inhaalslag in zodra die uitwerking er is.
Wat is de meest pragmatische compliance-aanpak voor 2026?
De pragmatische aanpak in vijf bewegingen: zet vandaag een opleidingsbeleid op papier, kies een opleidingsaanbieder die RAS-erkende vakopleidingen levert, leg de administratie eenduidig vast, plan dit kwartaal een interne mini-audit, en kies een financieringsvorm die voorspelbaar is. Daarmee voldoe je aan de cao 2026-2028 en sta je klaar voor het diplomaregister dat eraan komt.
Wat we in de praktijk zien werken bij MKB-schoonmaakbedrijven:
- Opleidingsbeleid op een A4. Korter is beter. Wie, wat, wanneer, hoeveel dagen, welk dossier. Eén pagina die HR en objectmanagers daadwerkelijk kennen.
- RAS-erkende opleider met dossier-ondersteuning. Niet alleen het opleidingsaanbod telt, maar ook wat de opleider voor jou bijhoudt aan dossier en aanvragen.
- Voorspelbare financiering. Een abonnement per medewerker maakt budgettering simpel en haalt de inefficiëntie weg van per-cursus-facturatie. Zie het abonnementsmodel voor opties.
- Kwartaal-mini-audit. Vijf willekeurige dossiers, 30 minuten, in eigen huis. Voorkomt verrassingen.
- Twee agendapunten voor de komende maanden. Volg de publicatie van de algemeenverbindendverklaring, en check in januari de nieuwe RAS-bedragen in bijlage XII. Beide kosten een ochtend en voorkomen achterloperij.
Bij Puritas College helpen we schoonmaakbedrijven concreet met al deze stappen, van beleids-A4 tot RAS-aanvraag. Plan een vrijblijvend compliance-gesprek of bekijk direct het RAS-erkende opleidingsaanbod.
Veelgestelde vragen over de opleidingsverplichting
Hoeveel opleidingstijd schrijft de CAO Schoonmaak 2026-2028 voor?
De cao 2026-2028 noemt geen vast aantal opleidingsdagen. Artikel 42 legt vast wat wel hard is: de werkgever biedt de basis(vak)opleiding binnen twaalf maanden na indiensttreding aan, cursus- en examenuren worden doorbetaald tegen het basisuurloon, en de opleiding wordt indien mogelijk onder werktijd gevolgd. Opleidingskosten van opleidingen die de RAS subsidieert, mag je niet bij de medewerker terugvorderen.
Wie betaalt de opleiding volgens de CAO Schoonmaak?
De werkgever financiert vakopleidingen die voortvloeien uit de cao-verplichting, en betaalt cursus- en examenuren door tegen het basisuurloon (artikel 42). Een groot deel kan via de RAS-subsidie worden terugverdiend, omdat alle cao-werkgevers een werkgeversafdracht aan de RAS doen die bedoeld is voor sectorale scholing. Opleidingskosten van RAS-gesubsidieerde opleidingen mag je niet bij de medewerker terugvorderen.
Wat is de RAS-subsidie en wie kan die aanvragen?
RAS (Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak) beheert een sectorfonds dat opleidingen subsidieert via mijn.ras.nl. De regeling is verankerd in CAO Artikel 43 met Bijlagen XI (bijdrageregels) en XII (bedragen per opleiding). Alle werkgevers die onder de CAO Schoonmaak vallen kunnen aanvragen voor RAS-erkende opleidingen. Uitbetaling volgt binnen 6 weken na overhandiging van het diploma, administratie is dus cruciaal.
Geldt de opleidingsverplichting ook voor parttimers en uitzendkrachten?
Parttimers vallen volledig onder de CAO-opleidingsverplichting, naar rato van hun dienstverband. Uitzendkrachten vallen onder de CAO van het uitzendbureau, maar in de praktijk verwachten OSB-keurmerk-audits dat ook ingeleende krachten aantoonbaar zijn opgeleid voor de werkzaamheden die ze uitvoeren. Leg dit contractueel vast met je uitzendpartner.
Hoe lang heb ik om een nieuwe medewerker op te leiden?
Twaalf maanden. Artikel 42 van de cao 2026-2028 verplicht werkgevers om elke nieuwe medewerker binnen twaalf maanden na indiensttreding de basis(vak)opleiding aan te bieden; artikel 42A regelt hetzelfde voor wie een leidinggevende rol krijgt. Online vakopleidingen versnellen dat traject, omdat de medewerker on-demand kan starten in plaats van te wachten op de eerstvolgende klassikale startdatum.
Wat gebeurt er als ik niet voldoe aan de opleidingsverplichting?
Drie soorten gevolgen: civielrechtelijk (medewerker kan opleiding alsnog claimen), keurmerk-gerelateerd (gele kaart of intrekking OSB-keurmerk) en commercieel (uitsluiting van aanbestedingen met opleidings-eisen). Clean Totaal signaleerde in 2024-2025 een toename van keurmerk-meldingen op opleidings-bevindingen.
Welke opleidingen tellen mee voor de CAO-verplichting?
De CAO verwijst naar erkende vakopleidingen in de schoonmaak. In de praktijk zijn dat RAS-erkende basisopleidingen schoonmaak, specialistische modules (sanitair, glasreiniging, vloeronderhoud, microvezel, zorgreiniging) en aanverwante certificeringen. Niet-erkende interne trainingen tellen niet mee voor de CAO-verplichting, ook al zijn ze inhoudelijk waardevol.
Mag de opleiding in een andere taal dan Nederlands worden gegeven?
Ja. De cao 2026-2028 schrijft voor dat er opgeleid wordt, niet in welke taal. Een erkende vakopleiding in Pools, Arabisch, Oekraïens of een andere taal die uitmondt in een geldig certificaat voldoet op dezelfde manier aan de verplichting als een Nederlandstalige opleiding. Nederlands leren staat er los van, in artikel 40 over het Traject Nederlandse taal.
Wat toetst een OSB-keurmerk-auditor concreet op opleidingen?
Een OSB-auditor toetst of er per medewerker een opleidingsdossier is, of de basisopleiding aantoonbaar is afgerond, of certificaten geldig zijn en of opleidingsdagen contractueel zijn vastgelegd. In 2024-2025 deelden auditors meer gele kaarten uit op opleidings-bevindingen dan in voorgaande jaren (Clean Totaal).
Hoe vaak moet ik certificaten van medewerkers laten verlengen?
De geldigheidsduur van vakcertificaten varieert per opleiding. Veel specialistische certificaten (zoals zorgreiniging of hoogwerken) kennen een vaste hercertificeringsperiode. Standaard is een driejaarlijkse opfrissessie verstandig, ook waar de CAO geen expliciete termijn voorschrijft. Plan dit cyclisch in plaats van reactief om OSB-audit-bevindingen te voorkomen.
Kan ik RAS-subsidie inzetten naast de CAO-opleidingsverplichting?
Ja, en dat is de bedoeling van het systeem. De CAO-verplichting bepaalt wat je moet doen; RAS-subsidie helpt je een groot deel van de kosten terug te verdienen. Werkgevers laten gemiddeld nog te veel subsidie liggen, blijkt uit gesprekken in de sector. Een gestructureerde aanvraagroutine maakt het verschil.
Wat is er veranderd met de CAO 2026-2028?
Schoonmakend Nederland en CNV tekenden de cao 2026-2028 op 1 september 2026, zonder FNV. De cao geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2028, en de opleidingsartikelen lopen volgens artikel 64 door tot 30 juni 2029. Nieuw voor opleiden: het Traject Nederlandse taal staat nu als artikel 40 in de tekst en artikel 42A regelt de opleiding voor leidinggevenden. In het protocol staan een centraal diplomaregister, 250.000 euro per jaar voor loopbaanadvies, een RAS-onderzoek naar een voorschot op de subsidie voor het kleine mkb, en vanaf 2027 de opbrengsten uit de LLO-collectieven.
Vergoedt de RAS ook taaltrajecten?
Ja, via een aparte regeling naast de vakopleidingen. De RAS vergoedt in 2026 maximaal 70 opleidingsuren a 23,63 euro per uur, tot 3.950 euro per taal- of schrijftraject per deelnemer, voor opleidings- en verletkosten samen. De startdatum moet tussen 1 januari en 31 december 2026 liggen, een begin- en eindtoets zijn verplicht en per medewerker geldt maximaal een traject per kalenderjaar. Artikel 40 van de cao verankert het traject; de bedragen en voorwaarden staan op ras.nl.
Hoe leg ik opleidingen aantoonbaar vast voor audits?
Houd per medewerker een opleidingsdossier bij met arbeidscontract (met opleidingsclausule), instroomgesprek, opleidingsplan, datum basisopleiding, certificaten en herhaaltrainingen. Bewaar bewijs van deelname en eventuele examenresultaten. Een gekoppeld leerplatform met dashboard versnelt audit-voorbereiding en ondersteunt RAS-subsidie-aanvragen.
Wat is het verschil tussen RAS-erkend en sector-erkend?
RAS-erkende opleidingen komen in aanmerking voor RAS-subsidie. Sector-erkende opleidingen voldoen aan de inhoudelijke kwaliteitsnormen, maar zijn niet per definitie subsidiabel. Voor maximale compliance plus subsidieterugvordering kies je RAS-erkende vakopleidingen. Controleer het RAS-register bij twijfel of een opleiding kwalificeert (RAS.nl).
Hoeveel kost een compleet opleidingsbeleid per medewerker per jaar?
Modelmatige schatting: tussen 300 en 700 euro per FTE per jaar bij een gemengde functiemix, afhankelijk van instroomritme, specialistische modules en RAS-subsidie. Een abonnementsmodel maakt deze kosten voorspelbaar en dekt onbeperkt herhaal-deelname per medewerker (in plaats van per-cursus-facturatie).
Wat nu?
Drie dingen om mee te nemen:
- De cao Schoonmaak 2026-2028 stelt drie heldere voorwaarden: basis(vak)opleiding binnen twaalf maanden, doorbetaalde cursus- en examenuren, aantoonbaar dossier. De beslisboom hierboven maakt voldoen in vijf minuten toetsbaar.
- De compliance-driehoek CAO + RAS + OSB raakt elkaar steeds dichter. Wie nu zijn dossier op orde heeft, voorkomt gele kaarten, mist geen subsidie en differentieert in aanbestedingen.
- De nieuwe cao laat opleiden zwaarder wegen, met taal als eigen artikel, leidinggevenden onder de opleidingsplicht en een diplomaregister in aantocht. Investeren in beleid en systeem is daarmee een verzekering, geen risico.
Wil je sparren over hoe jouw opleidingsbeleid eruit moet zien onder de nieuwe cao? Plan een vrijblijvend adviesgesprek. Voor het aanbod dat aan alle CAO-eisen voldoet: bekijk het opleidingsaanbod. Lees ook onze complete gids meertalig opleiden - het natuurlijke vervolg op deze compliance-handleiding.
Geschreven door Patrick van Galen Last, Director Executive Sales bij Puritas College. Puritas biedt een doorlopend talent- en kennisprogramma voor de schoonmaakbranche, met RAS-erkende vakopleidingen en soft-skills-modules in negen talen.
Meer weten over Puritas College?
Bekijk hoe een doorlopend opleidingsprogramma er voor jouw organisatie uit kan zien.
